STICHTING KAPEL VAN SINT MAARTEN

een idyllische plek, midden op Walcheren



  Home Info Geschiedenis Gebouw Functies Locatie Contact  
Trouwen, Dopen, Exposeren, Musiceren


Het wapen van Hoogelande bevat in zilver een druiventros van natuurlijke kleur en een schildhoofd van azuur, beladen met drie gouden kronen van drie bladeren. Het komt voor in de 17e eeuw en werd op 31 juli 1817 bevestigd als gemeentewapen. De gemeente was toen al opgeheven.


CHARTER of OORKONDE
van HOOGELANDE

In 1189 geeft Baldwinus, bisschop van Utrect, de parochianen van de Middelburgse Westmonsterkerk, die te Hoogelande wonen, toestemming om aldaar een kapel te stichten. Het origineel wordt bewaard in het Rijksarchief van Zeeland te Middelburg, inventarisnr 463. Dit is het oudste originele document in de provincie Zeeland en als zodanig van onschatbare waarde.


ZOUT, TURF, HOUT en KLEI

De bewoners van Walcheren deden hun best om wateroverlast te voorkomen. Toch waren zij gedwongen het landschap af te graven om in hun levensonderhoud te voorzien.

Een belangrijke bron van inkomsten was 'selnering' of 'zoutwinning' Reeds in de Romeinse tijd werd het veen (ook wel 'moer of darink of derrie'o geheten) uit de ondergrond opgedolven om zout te winnen. Later werd het veen voornamelijk gebruikt als brandstof: 'turf'.

De bovenste kleilagen werden afgegraven en opzij gezet, het veen werd gedolven, gedroogd en tot turfblokken verwerkt en de kleilagen weer teruggestort.

Een chaotisch doorwoeld landschap was het resultaat. De overheid probeerde deze afgravingen te voorkomen door bomenaanplant voor brandstof en door het instellen van straffen. Helaas had het geen effect, na 1571 werd per jaar gemiddeld 6 hectare Walcherse poelgrond vergraven. Een gevolg was dat het land overstroomde en vooral rondom het laaggelegen Hoogelande.

Behalve veen werd vanaf de 14e eeuw ook de klei afgegraven. Deze werd gebruikt om stenen te bakken. Voor de Hoogelanders was dit een zeer aantrekkelijke bron van inkomsten, in eenvoudige veldovens werden in de 16e eeuw in een jaar 66.000 stenen gebakken in de omgeving van Hoogelande. Zij heetten 'Zeeuwse moppen'. Ze werden per wagen naar de Domburgse watergang getransporteerd en per schuit naar M'burg.

Uiteindelijk bleek dat het land op sommige plaatsen maar liefst 2 meter was afgedaald. Pas aan het einde van de 17e eeuw werd het afgraven van de grond een halt toegeroepen.

Daarnaast hadden de bewoners van Hoogelande ook nog inkomsten door de opbrengsten van de vlasteelt ( linnen en touw) en het verbouwen van meekrap (verfstof).
EEN DIJKJE uit de krant door dr van Dijk

Zondag 18 juni '44.. Tippelen Hoogelande, olv van Van Dijk
Van de drie aanwezigen slaagde er slechts een, na in M'burg versterking te hebben gehaald, erin tot Hoogelande door te dringen. Als plantjesman presteerde ik het bij het zoeken naar stinkende ballote op 1 meter afstand van twee jonge torenvalken te komen zonder ze te zien. Toen ik m'n ogen opsloeg keek ik in 2 paar ogen die gespannen m'n bewegingen volgden. Ze waren zo goed als volgroeid, alleen staart niet lang genoeg en nog enkele donspluisjes. We verschansten ons achter de achtermuur en de beesten begonnen weer hun siserende, jengelende gepiep om voedsel of hulp. Gauw doken de twee ouders op die hun zuigelingen met schelle: KIKI-ki-ki.....op hun gemak stelden, maar ze hadden ons in de gaten en durfden niet beneden te komen bij de jongen. Bij het weggaan heb ik ze nog in m'n vinger laten bijten. Het was een pracht gezicht, die jonge beesten, ze met hun licht gele poten met zwarte nagels, zich drongen tegen de verweerde stenen van de rune aan. Alleen met een schel gefluit dat op dat van hun ouders leek kwamen ze in actie en keken hongerig rond. Het afscheid was hartroerend voor ons. De jongen bleven ehter onbewogen ons met hun grote ogen nastaren tot we verdwenen waren. De lui die niet op de excursie kwamen hebben iets gemist!!!In een slootje nog Waterpunge
Lidy Kip en Van Dijk